Deze website maakt gebruik van cookies om statistieken bij te houden en om de content van de website af te stemmen op uw voorkeuren. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring. Door verder te klikken op de website, gaat u akkoord met het gebruik van cookies.
Het Sungevity blog

Zonnekoningin Roebyem Anders: 'De fossiele industrie heeft gewoon verloren'

Onze Roebyem stond met een gaaf en groot interview in Vrij Nederland. Lees 'm hier terug.
 
Ze wijdt zich al twintig jaar aan zonne-energie en werkt nu aan een ‘rooftop revolution’: geen dak meer zonder zonnepaneel. Na een carrière van vallen en opstaan is Roebyem Anders nu vicepresident van Sungevity. ‘We staan aan de vooravond van iets wat heel, heel massaal wordt.’
 
Door: Harm Ede Botje

Hoog boven het verkeer keek Roebyem Anders in haar hotelkamer na een dag hard werken uit over Mexico-Stad. De lange boulevards, de huizenblokken die zich tot de horizon leken uit te strekken. In de verte stak de Popocatepetl boven alles uit. Anders was voor de Wereldbank in Mexico waar ze eind vorige eeuw haar eerste grote zonne-energieproject realiseerde. Met geld uit het Carbon Fund werd onder meer een busstation voorzien van zonnepanelen.

Opeens een black-out: in de hele stad viel de stroom uit. Het werd een stuk stiller. Enkele minuten later sloegen overal met enorm geronk de noodaggregaten aan. Anders zag hoe boven de toch al vervuilde stad nog een extra bruine deken ontstond door de uitstoot van de duizenden dieselmotoren. ‘Ongelofelijk was dat,’ zegt ze. ‘Die enorme stad, zoveel zon, zoveel daken waarop je zonnepanelen kan leggen. De luchtvervuiling was immens, de oplossing zo simpel. Die middag in Mexico had ik een aha-erlebnis; ik zag hoe belangrijk het was zo snel mogelijk op grote schaal zonne-energie te introduceren.’

Nu, bijna twintig jaar en later en na veel vallen en opstaan, is Anders vice-president van het Amerikaanse bedrijf Sungevity, een grote leverancier van zonnesystemen en zonnepanelen waarvan de waarde in de pers wordt geschat op 325 miljoen euro. In Nederland zit het Europese hoofdkwartier. Anders verwacht een snellere overgang naar een duurzame economie dan velen voorspellen. ‘De fossiele industrie heeft verloren. Toen ik geboren werd, kostte een kilowattuur zonnestroom ongeveer 90 euro, nu 50 eurocent. Consumenten nemen niet langer zonnepanelen omdat ze de wereld willen redden, maar omdat het geld oplevert. We kunnen nu concurreren met de fossiele dinosauriërs.’

Geitenwollesokkerig

Roebyem Anders (47), geboren Roebijem Heintz, komt uit Den Haag. Haar moeder was lerares op de Montessorischool, haar vader ‘een wheeler en dealer’ die een elektrotechnisch bureau had, in onroerend goed belegde en kleine zaakjes opzette. ‘We noemden hem Stiefbeen,’ zegt Anders. ‘Als hij iets bij het vuilnis zag, nam hij het mee en probeerde het in elkaar te zetten. Hij verkocht zelden iets, hij ruilde liever. Toen ik tien was, hadden we het wilde plan om een paard te kopen, ermee te rijden en het diezelfde dag nog te verkopen. Mijn vader ging er meteen in mee, hij wilde ons ondernemerschap stimuleren. En dus gingen we naar de paardenmarkt en kochten een jonge Shetland-pony; alleen kregen we hem aan het einde van de dag niet verkocht. Hij zette toen het beest op de achterbank en reed ermee naar huis. We hebben twee jaar plezier gehad van die pony, toen ruilde mijn vader hem tegen een buitenzwembad.’

In hun tienerjaren kregen Roebyem en haar zus Elise van hun vader elke maandagavond ‘elektriciteitsles’ en zaten ze in de kelder wisselschakelaars te solderen. ‘Hij wilde dat we op eigen benen konden staan,’ zegt Anders. ‘Dat we ons eigen geld zouden gaan verdienen.’

Als schoolmeisje was Anders verontwaardigd over het onrecht dat zeehonden werd aangedaan. Ze zag hoe bij een bonthandel een ruit was ingegooid en een jas van zeehondenbont met rode verf was besmeurd. Ze werd lid van Greenpeace en schreef een brandbrief aan de Canadese regering. De brief werd mede ondertekend door haar schoolvriendinnen.

‘Mijn ouders waren nooit echt bezig met dit soort dingen,’ zegt ze. ‘Ikzelf was als kind niet geitenwollesokkerig, maar wel verontwaardigd over hoe slordig we met de aarde omgingen.

Piekmomenten

Arnhem, maandag 4 juli. ‘Sorry hoor, even mijn panty aandoen,’ zegt Anders en draait zich half naar buiten op de bestuurderstoel. Ze draagt een zwarte designjurk waarin op borsthoogte diagonaal een zonnepaneeltje is ingenaaid. ‘Zo kan ik altijd en overal energie opwekken, is het idee.’ Die jurk wilde ze aan omdat ze spreekt op de afsluitende bijeenkomst van de Energiedialoog in Arnhem in bijzijn van minister Kamp van Economische Zaken. Haar echtgenoot Adam Anders (‘my darling husband’) had het die ochtend hoofdschuddend aangezien. Die jurk, prima, maar die witte benen eronder? En dus schoot Anders op weg naar de bijeenkomst nog snel even een winkel binnen. Na enig gehannes is de panty aan. Ze steekt haar voeten in zwarte lakschoenen op hoge hakken, slingert haar tas om haar schouder en stapt naar buiten.

Na een korte wandeling over industriepark Kleefse Waard (‘voor vernieuwend, duurzaam en industrieel ondernemen’), bereiken we een oude fabriekshal met een podium. Op de eerste rij zit minister Kamp, de zaal is verder gevuld met vertegenwoordigers van milieugroepen, provincies en gemeenten, het bedrijfsleven, ambtenaren en wetenschappers om met elkaar te praten over de toekomst van het Nederlandse energiebeleid. Kamp is blij dat zoveel mensen meededen aan de Energiedialoog, ambassadeur en astronaut André Kuipers opgetogen dat er zoveel goede plannen en voorstellen zijn gekomen; hij overhandigt de minister een stapel documenten met een lintje eromheen.

Na een halfuur is Anders aan de beurt. Het licht van de felle lampen weerkaatst in het zonnepaneel in haar jurk, in haar haar heeft ze nonchalant een oranje Sungevity-zonnebril gestoken. ‘Wij willen een rooftop revolutionontketenen,’ begint ze haar presentatie. ‘Wij willen dat er geen onbedekt stukje dak meer te zien is, schone stroom moet de norm worden.’ Anders praat enthousiast en in hoog tempo. Ze toont op een scherm een foto van een ambassadeur van haar bedrijf. ‘Deze man woont in een gewone straat in Nederland,’ zegt ze. ‘Hij heeft in zijn eentje 108 huishoudens laten overstappen op zonne-energie. Daar krijgt hij geen geld voor, hij doet het omdat hij erin gelooft. Als beloning mocht hij drie zonnesystemen weggeven aan scholen en sociale instellingen.’

Anders wendt zich tot de minister met een vurig – en als vice-president van een binnenkort aan de Nasdaq genoteerd bedrijf in zonnepanelen niet geheel belangeloos – pleidooi voor het behoud van de zogeheten salderingsregeling: bezitters van zonnepanelen kunnen hun te veel opgewekte energie terugleveren aan het net tegen hetzelfde tarief als waarvoor ze het kopen, waarbij ze geen energiebelasting hoeven te betalen. Kamp wil de regeling versoberen omdat de schatkist belastinginkomsten misloopt als de consument zelf zijn stroom gaat opwekken. De aankondiging zorgde voor onrust: is het nog wel voordelig om panelen aan te schaffen?

‘In godsnaam, mijnheer Kamp, deze onzekerheid is funest,’ zegt Anders. ‘Het kost maar 50 miljoen per jaar, dat is niks vergeleken met de 2,2 miljard die consumenten kwijt zijn aan de energiebelasting, belasting die bedoeld was om de overgang naar een duurzame economie te financieren. Houd die regeling in stand tot in elk geval 2030.’ Uit de zaal klinkt – voor het eerst die middag – een klaterend applaus.

En dan heeft Anders nog een laatste pleidooi: of de minister alsjeblieft zo snel mogelijk alle zeven kolencentrales in Nederland wil sluiten, ook de spiksplinternieuwe op de Maasvlakte en aan de Eems. ‘Het is echt van de gekke dat die nog open zijn,’ zegt Anders. ‘Stop met de bijstook van biomassa, steek je geld in echte duurzame energie en gebruik de gascentrales die nu uit staan om de piekmomenten op te vangen.’ Opnieuw is applaus haar deel.

Te korte rok

Roebyem Anders was de eerste in haar familie die ging studeren. Ze wilde iets met milieu, maar dat bestond op dat moment nog niet. Dus koos ze voor economie, waar ze in elk geval het vak internationale milieubetrekkingen kon volgen. Ze liep stage bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar kwam er al snel achter dat de ambtenarij niets voor haar was (‘ik wilde vroeger milieuminister worden, maar dat idee heb ik toen laten varen’).

Het waren de jaren van ozonlaag en zure regen. Ook werd er in wetenschappelijke kringen al geschreven over de gevaren van de uitstoot van CO2, iets wat toen verder nauwelijks een issue was. In onderhandelingen in de aanloop naar de grote klimaatconferentie in Rio de Janeiro was afgesproken dat landen konden gaan samenwerken om de uitstoot van CO2 terug te dringen, maar niemand wist hoe dat er in de praktijk moest uitzien. Toenmalig minister van Milieu Ed Nijpels had zijn voorganger Pieter Winsemius gevraagd hierover een rapport op te stellen en die bepleitte een wereldwijde emissiehandel: rijke landen en grote bedrijven zouden hun uitstoot van CO2 kunnen afkopen door arme landen te helpen alternatieve energiebronnen te ontwikkelen. ‘Dat rapport was voor mij de trigger,’zegt Anders.

'Het was voor veel van die mannen moeilijk om zo’n jonge meid die presentaties te zien doen'

Toen ze de mogelijkheid kreeg stage te lopen bij de Verenigde Naties, stelde ze voor een reeks specialisten te vragen hoe die emissiehandel er in de praktijk uit zou kunnen zien. Een van de mensen die ze sprak, was de Nederlandse klimaatwetenschapper Pier Vellinga, op dat moment directeur van het net opgerichte Instituut voor Milieuvraagstukken aan de Vrije Universiteit. Hij was jarenlang Nijpels’ adviseur geweest en had aan de wieg gestaan van het International Panel on Climate Change. De vraagstukken waarin Anders zich verdiepte, waren precies die waar ook Vellinga mee bezig was. ‘Toen ik de kamer uitliep, had ik mijn eerste baan.’

Voor Vellinga reisde Anders de hele wereld over en ze schreven samen een reeks wetenschappelijke publicaties, waaronder in 1994 Joint Implementation: A Phased Approach. Met dat stuk verwierven de twee auteurs grote faam; Anders was toen 24. De aanpak die zij bepleitten (langzaam opbouwen van een wereldwijd emissiehandelssysteem) zou later bij de klimaatonderhandelingen in Kyoto richtinggevend zijn. ‘Dat document werd in de wandelgang “de Heintz-papers” genoemd,’ zegt Anders. ‘En dat terwijl niet ík de grote bedenker was, maar Pier.’

Na drie jaar wetenschappelijk onderzoek en een uitstapje naar de London School of Economics waar ze alsnog een jaar milieu-economie studeerde, begon het weer te kriebelen. Haar toenmalige vriendje woonde in Washington en toen ze bij hem logeerde, bracht ze onaangekondigd een bezoek aan de Wereldbank. Daar, zo wist ze, werd op dat moment een Carbon Investment Fund opgezet, een allereerste poging om tot een wereldwijde emissiehandel te komen.

‘Dat project fascineerde me. Het uitruilen van projecten zoals tot dan toe gebeurde, bijvoorbeeld een Amerikaans bedrijf dat in Ghana geld in schone technologie ging investeren of de Finse overheid in Ethiopië, dat was administratief te ingewikkeld en ook te wankel. Ik geloofde in het opzetten van een fonds, dan zou het allemaal op grotere schaal gaan. Dit was een gouden kans, met een klein team de wereld veroveren. Daar móést ik bij zijn.’

De Noorse projectleider Eivind Tandberg bleek niet aan zijn bureau te zitten en Anders legde een briefje neer: ‘Ik hoor dat u een team gaat bouwen en ik denk dat u naar mij op zoek bent.’ Een paar weken later kreeg ze een uitnodiging voor een gesprek in Genève. Maar dat liep uit op een teleurstelling. ‘Hij bleek op zoek naar een methodoloog, iemand die het theoretisch kader voor de emissiehandel moest gaan opzetten. Niks voor mij. Omdat ik zulke goede cijfers had gehaald voor speltheorie vroeg hij me alles te vertellen over de ‘stochastische dominantie’, iets heel ingewikkelds. Wat moest ik daarmee! Ik zei: “Als u iemand zoekt die u dit direct kan uitleggen, ben ik niet de vrouw daarvoor.” Binnen tien minuten was het gesprek voorbij.’

Anders dacht nooit meer van Tandberg te horen, maar drie maanden later belde hij en vroeg of ze alsnog tot zijn team wilde toetreden, niet als methodoloog, maar als marketing manager. Ze moest het idee van de emissiehandel gaan verkopen aan westerse regeringen en grote bedrijven om fondsen te werven. Na haar aantreden vloog ze de hele wereld over. ‘Het was voor veel van die mannen moeilijk om zo’n jonge meid die presentaties te zien doen. Ik was nog geen dertig, droeg korte rokjes.’ Niet altijd werd ze serieus genomen. ‘Toen ik daar een keer bij Eivind over klaagde, zette hij me voor een spiegel en vroeg me: hoe wil je dat mensen je zien? Wat zie je nu zelf? Ik ben snel naar mijn hotelkamer gehold en heb wat langers aangetrokken.’

‘Hij kletst uit zijn nek’

Op de dag van de Energiedialoog is er een ‘duurzame beurs’ waar kleine en grote bedrijven hun waar aanprijzen. Sungevity staat er met een feloranje caravan waar cappuccino en espresso worden geserveerd uit een koffiemachine die werkt op zonne-energie. Anders dwarrelt van de ene gesprekspartner naar de andere. Met een verkoper van biomassa, houten pallets afkomstig van boomplantages uit Canada die worden bijgestookt in kolencentrales, raakt ze in een verhit debat. De man zegt dat Anders ‘een leugen’ verspreidt, want, zegt hij, zonne-energie is helemaal niet zo milieuvriendelijk als zij beweert. De productie van de panelen is toch heel energie-intensief? En hoe zit het met het restafval? Roebyem Anders schiet uit haar slof. Uit tal van wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat zonnepanelen voor 98 procent te recyclen zijn. En al na twee jaar heb je de energiekosten die zijn verbruikt om een zonnepaneel te produceren eruit. ‘Zo’n man kletst gewoon uit zijn nek,’ zegt Anders achteraf. ‘Hij baseerde zijn kennis op een of ander rapport waarvan hij zei dat-ie het ergens thuis had liggen. Het is gewoon niet waar. En mijn jurk zakte helemaal af toen hij ook nog beweerde dat biomassa verstoken duurzamer is dan zonnepanelen. Toen dacht ik: láát maar.’

Erg veel sake

Bij de Wereldbank slaagde Anders er eind jaren ’90 in met haar presentaties regeringen en CEO’s over de streep te trekken: ze haalde in een jaar tijd 150 miljoen dollar binnen. Het project werd een succes en begon op te vallen binnen de Wereldbank. Eivind Tandberg, geestelijk vader van het emissieproject, werd opzij geschoven en er kwam een andere directeur. Anders was verontwaardigd over de office politics en verlangde daarnaast ook terug naar Europa. Omdat ze zoveel wetenschappelijke stukken had geschreven én omdat ze op dat moment een van de weinige vrouwen was in de ‘muffe door mannen gedomineerde wereld’ van de energie en de klimaatonderhandelingen, was ze opgevallen in Washington. Ze kreeg dus al snel een aanbieding van de Amerikaanse overheid om in een project te stappen bij het Internationaal Energie Agentschap in Parijs.
Het werd een deceptie.

‘Het Agentschap is het tegenovergestelde van de Wereldbank,’ zegt Anders. ‘Er zaten ingeslapen types, de olie-lobbyisten liepen in en uit, het klimaatprobleem werd er totaal niet serieus genomen. Ik moest me bezighouden met de overdracht van duurzame technologie naar ontwikkelingslanden, maar dat ging he-le-maal nergens naar toe. De Amerikanen gaven niet thuis bij de klimaatonderhandelingen en dit was de manier om hun goede bedoelingen te laten zien. De verhoudingen verzuurden al snel: ik wilde me niet lenen voor windowdressing.’

Ze stapte over naar een ander project van de IEA, dat het gebruik van alternatieve energie in de westerse wereld moest aanjagen. ‘Dat klonk geweldig, zeker omdat de onderhandelingen voor het klimaatverdrag toen zo moeizaam verliepen. Het plan was dat een klein groepje westerse landen elkaar onderling targets zou opleggen, zodat alternatieve energievormen als wind en zon op grote schaal zouden worden ingevoerd. Daardoor zouden de kosten omlaag gaan, waardoor het voor ontwikkelingslanden aantrekkelijker zou worden aan te haken. Dat het een goed plan was, is later wel in de zonne-energiemarkt in Duitsland gebleken, daar is het precies zo gegaan als wij voorzagen.’

'Ik dacht: ze menen het bij BP, daar kan ik dingen echt van binnenuit bewerkstelligen.'

Maar er kwam een kink in de kabel: de Amerikanen duldden uiteindelijk geen inbreuk op hun soevereiniteit en weigerden na jaren onderhandelingen mee te gaan met het idee van opgelegde doelen. ‘Die wilden helemaal niet horen dat ze 15 of 20 procent duurzaam moesten opwekken, daar was de fossiele lobby veel te sterk voor. Dat hele idee is door de VS naar de prullenbak onderhandeld. Ik had twee jaar van mijn leven zitten verprutsen. We zijn na afloop naar een karaoke-bar gegaan en hebben erg veel sake gedronken.’

Nog diezelfde avond lachte een volgende uitdaging Anders alweer toe. Een medewerker van Britsh Petroleum, die ze kende uit studiewerkgroepen, zei haar nog in de karaoke-bar dat ze moest overstappen. De toenmalige CEO Lord Brown van de oliemaatschappij had grootse plannen. Hij doopte BP om tot Beyond Petroleum. Het bedrijf wilde onder meer in ontwikkelingslanden grote renewable energy-projecten gaan uitvoeren en volop inzetten op zonne-energie. ‘Ik heb tussen de sake’s door meteen ja gezegd,’ zegt Anders.

Toen de emoties waren gezakt en Anders nadacht over haar impulsieve beslissing kwamen er twijfels. ‘Jeetje, ik ga bij een oliebedrijf werken, dacht ik. Maar ook: Ze menen het bij BP, daar kan ik dingen echt van binnenuit bewerkstelligen. Dat activistische tegen bedrijven aanschoppen? Goed dat anderen dat doen, maar het is niks voor mij, het zit niet in mijn karakter. Ik ben meer van het constructieve activisme, het moet grote impact hebben.’

Schooldakrevolutie

Op de Energiedialoog schiet Anders ook astronaut André Kuipers aan. Er volgt een hartelijke begroeting en Kuipers vertelt honderduit over het nieuwe energieneutrale huis dat hij aan het bouwen is. ‘Het kost me een rib uit mijn lijf,’ zegt hij lachend. Anders vraagt hem of hij ambassadeur wil worden van het door haar opgezette initiatief ‘De Schooldakrevolutie’. Doel: in 2020 moeten de helft van alle schooldaken zijn omgetoverd in ‘groene stroomfabriekjes’. Op deze manier worden schoolkinderen al op jonge leeftijd doordrongen van het belang van milieu en duurzaamheid onder het motto: groene energie is de normaalste zaak van de wereld. Het initiatief zonder winstoogmerk is opgezet door Roebyem Anders en Marjan Minnesma van Urgenda en wordt gesteund door CEO Feike Sijbesma van DSM en Wiebe Draijer, voorzitter van de raad van bestuur van de Rabobank. Maar ondanks het wervelende enthousiasme van Anders is Kuipers niet meteen overtuigd.

‘Ik zit nogal vol,’ zegt hij.
Als Anders blijft aandringen en als ze de naam van Feike Sijbesma noemt, zegt Kuipers: ‘Dat klinkt interessant.’
Anders: ’Ik ga je mailen, super als je onze ambassadeur kan worden!’
Kuipers: ’Dat kan ik niet garanderen, ik heb al zoveel ambassadeurschappen!’
Anders: ‘Ja, maar dit is voor de scholen, je hebt zelf toch ook kinderen!’
Ze drukken elkaar de hand en Anders loopt naar haar auto, op naar de volgende afspraak.

Groene verf

Bij BP maakte Anders destijds een vliegende start. Het bedrijf had geld gekregen van de Spaanse overheid om op 1.000 Filipijnse eilanden scholen, ziekenhuizen en overheidsgebouwen van zonne-energie te voorzien. ‘Ik deed dat werk met hart en ziel, we zorgden echt voor verandering. Dankzij zonne-energie konden kippenboeren druppelsystemen inzetten om hun dieren van water te voorzien. Zo werd het mogelijk om lokaal kippen te houden, hoefden ze niet per schip te worden aangevoerd. We zorgden ervoor dat het aantal dieselgeneratoren werd teruggedrongen en er toch medicijnen werden gekoeld. Bij de Wereldbank ging het van projectje naar projectje, maar hier waren we bezig op heel grote schaal en dankzij de kennis die BP had uit de olie-industrie: ze zorgden voor infrastructuur, reserveonderdelen, technische ondersteuning, het werkte.’

Bij BP werd in die tijd voor het eerst nagedacht over de transitie van een oliebedrijf naar een energiebedrijf. ‘Het ging niet langer om de olie, het ging erom dat mensen thuis hun licht konden aandoen, en hoe ze van A naar B konden reizen. En dat kon ook elektrisch, lord Brown meende dat echt.’ Anders was dan ook ontgoocheld toen ze op de Earth Summit in Zuid-Afrika in 2002 tijdens een bijeenkomst een pot groene verf over zich heen kreeg: activisten beschuldigden BP van greenwashing. ‘Ik was verontwaardigd. We hadden zoveel bereikt, vond ik.’

Toen ze niet veel later in Australië voor BP aan de slag ging, zou ze tot haar verdriet ontdekken dat de activisten gelijk hadden gehad. De Australische overheid wilden onder de noemer ‘Solar City’ op grote schaal zonne-energie gaan uitrollen en BP deed mee aan een prijsvraag. Anders en Andrew Birch, toen een van de medewerkers in haar team, nu de oprichter en CEO van Sungevity, puzzelden samen op de vraag hoe ze de prijs van zonne-energie omlaag konden krijgen. Ze keken kritisch naar de hele keten: van de fabriek waar de zonnepanelen werden gemaakt tot het dak waarop ze kwamen te liggen. En ze ontdekten: er werden veel te veel tussenstapjes gezet. Zo moest een installateur bij een aanvraag naar een klant toe, op het dak klimmen om de maten op te meten, aan de keukentafel gesprekken voeren met de opdrachtgevers om ze te overtuigen – gemiddeld tien keer voordat er een koop werd gesloten. Omslachtig, vonden Anders en Birch. Die tussenstappen moesten er zoveel mogelijk uit. Het was 2005, het jaar dat Google Earth werd gelanceerd. Anders en Birch kregen een idee: waarom zouden verkopers niet achter hun computer blijven zitten, via Google Earth daken van potentiële klanten kunnen bekijken en berekenen hoeveel panelen geplaatst konden worden? Het was het begin van het remote solar design, dat aan de basis ligt van het huidige succes van Sungevity.

Het tweetal wilde de zonnepanelen laten voorfinancieren door BP, omdat ze dachten op die manier veel mensen mee te krijgen. Consumenten zouden dan in een paar jaar via hun stroomrekening de schuld aan BP afbetalen. De Australische overheid was enthousiast, het team van BP kreeg maar liefst drie van de vijf steden toegewezen waar de proefprojecten zouden worden gedaan. Maar BP kreeg koudwatervrees en trok de stekker uit de operatie. ‘Het was te ver van hun bed. Ze waren toch geen bank? We waren woedend. BP wilde toch naar de volgende fase? We moesten toch out of the boxdenken? Dit was dé kans geweest om echt te veranderen, maar ze pakten niet door.’

'Ik was ’s werelds slechtste leider, ik vond het ook helemaal niet leuk om een groep aan te voeren'

Birch vertrok gedesillusioneerd bij BP, verhuisde naar de VS en realiseerde daar alsnog zijn plannen. Anders vertrok met haar jonge gezin (ze had in Australië een zoon en een dochter gekregen) naar Nederland. Van daaruit werkte ze nog een jaar voor een biogassificatie-project van BP op het Indiase platteland: met biovergassers kan van huishoudelijk afval gas worden gemaakt waarmee weer elektriciteit kan worden opgewekt. Maar toen Lord Brown werd opgevolgd door de nieuwe CEO Tony Hayward ging vrijwel meteen de stekker eruit. ‘Die man had helemaal niets met dat milieugedoe,’ zegt Anders. ‘Het hele alternative energy-droompje stortte als een kaartenhuis in elkaar. Ik moest die activisten in Zuid-Afrika nu echt gelijk geven, het wás greenwashinggeweest van BP. Nu zag ik het echte BP en de ware kleuren van het bedrijf waren niet groen, maar gitzwart.’

Waar waren die 4.000 klanten?

Anders zwaait de deur open van het in 1743 gebouwde koetshuis achter de tuin van haar huis aan de Amsterdamse Prinsengracht. ‘Hier zijn we begonnen,’ zegt ze. Terug in Nederland zette ze met Pier Vellinga en FD-journalist Jacco Kroon het consultancybedrijf De Groene Golf op, maar de wereld van de zonne-energie bleef lonken. ‘De gemeente Groningen wilde een klimaatadvies: hoe zou de wereld er voor hen uit zien in 2030? Toen ik me daarvoor weer eens verdiepte in de solar-markt, was ik blij verrast hoeveel er in een paar jaar was veranderd. De prijzen waren dra-ma-tisch gedaald.’

Dit was het moment om alsnog in de zonne-energie te stappen, maar nu als ondernemer. Anders belde haar oude vriend Andrew Birch, vroeg hem of ze een licentie kon krijgen voor het ingenieuze remote solar design en ging aan de slag met medeoprichters Robbert Mica, Frans van der Steen, Helmer Schukken en Tristan Spits. De plannen voor Zonline waren groots: binnen een jaar moest een contract zijn afgesloten met een grote elektriciteitsmaatschappij via welke ze hun producten aan de man zouden brengen, en zouden ze 4.000 systemen hebben uitgezet. Het idee was toen nog om de panelen – net als in de VS – aan consumenten te leasen.

Maar het ging niet van een leien dakje met de start-up. ABN Amro trok zich op het laatste moment terug, een deal met elektriciteitsbedrijf Greenchoice liep op niets uit, de financiële crisis brak uit. ‘Het was geen leuke tijd,’ herinnert Anders zich. ‘Robbert en Frans hadden goede banen opgezegd, dus die waren terecht boos. Ik voelde me schuldig omdat ik niet leverde. Ze hebben het me echt kwalijk genomen: waar waren die 4.000 klanten?’

‘Yvon gaat voor zon’

De situatie werd zó penibel dat het echtpaar Anders naar de bank moest om hun huis in onderpand te geven. ‘Voor mijn darling husband Adam was dat prima. Hij werkt bij een fonds dat onder meer investeert in duurzame start-ups in de voedingsindustrie, hij weet dat er tegenslag kan komen. Dit was ik nooit gaan doen zonder hem, hij is een van de slimste mensen die ik ken. Hij geloofde in de missie, hij geloofde in mij. Maar ik moest me als een gek bewijzen.’

Anders realiseerde zich dat een leven als CEO niet voor haar was weggelegd. ‘Ik was ’s werelds slechtste leider, ik vond het ook helemaal niet leuk om een groep aan te voeren. We hebben toen Frank Goovaerts erbij gehaald, die de boel bij elkaar kon houden.’ Ook nam ze afscheid van het lease-idee. ‘Nederlanders houden daar niet van en als huiseigenaar kan je die drie-, vierduizend euro voor de aanschaf van zonnepanelen ook wel aan. We moesten gaan verkopen, we moesten een online winkel openen.’

Boer zoekt-vrouw-presentatrice Yvon Jaspers, getrouwd met milieu-econoom Pieter van Beukering, een oude vriend van Anders, was bereid om in De Telegraaf te melden dat ze zonnepanelen had aangeschaft bij Zonline onder de kop ‘Yvon gaat voor zon’. Vanaf dat moment begon het te lopen. Na publicatie stond de telefoon in het koetshuis roodgloeiend. ‘Overal zaten mensen te bellen, we moesten vrienden inschakelen, het hield niet op. In totaal kwamen er die week 2.000 aanvragen binnen.’

Maar er was ook tegenslag: in de tuin was het konijn van Anders’ kinderen in de aarde gaan wroeten en knaagde precies op de dag van de publicatie in De Telegraaf de computerkabels door. ‘De bestanden waren nog niet gesaved, we waren alle nummers en mailadressen kwijt.’

Zonline ging vervolgens een samenwerking aan met Nuon, maar na een jaar zegde het bedrijf de samenwerking weer op, waardoor de snel gegroeide start-up weer 20 van de 40 medewerkers moest ontslaan. Het was vallen en opstaan, tot in mei 2014 een deal werd gesloten met oude bekende Andrew Birch: Zonline werd opgekocht door Sungevity, Roebyem Anders kreeg de functie van vice-president en het Europese hoofdkwartier kwam in Amsterdam.

Op een zonnige middag zijn we voor een laatste gesprek op het Sungevity-kantoor, een gebouw aan het water op IJburg in Amsterdam. Overal bellen mensen met klanten; op de schermen zijn foto’s van daken te zien, waarop ze met gele en blauwe lijnen plekken omtrekken waar zonnepanelen kunnen worden geplaatst. Aan één tafel klinkt Duits, aan een andere Vlaams. ‘We zijn net begonnen met het uitrollen van onze activiteiten in België en Duitsland,’ zegt Anders. ‘We laten de teams hier op IJburg beginnen, dan voelen ze zich onderdeel van een enthousiaste groep.’ Met 80 mensen is het overvol: ‘We zijn op zoek naar nieuwe kantoorruimte.’ Medeoprichters Frans van der Steen, Robbert Mica, Helmer Schukken en Tristan Spits zijn inmiddels in goede harmonie hun eigen weg gegaan, maar Anders is nog lang niet klaar. Na de wetenschap, de internationale beleidsmakers en het grote bedrijfsleven voelt ze zich nu écht op haar plaats. ‘De rooftop revolution is nog maar net begonnen. We staan aan de vooravond van iets wat heel, heel massaal wordt.’

Ontdek wat u kunt besparen